Arnoud H. Klokke: Langs de rivieren van Midden-Kalimantan. Cultureel erfgoed van de Ngaju en Ot Danum Dayak (2012)

De arts-fotograaf en ‘de voorwerpen van vroeger’

Arnoud H. Klokke: Langs de rivieren van Midden-Kalimantan. Cultureel erfgoed van de Ngaju en Ot Danum Dayak
Ned. Eng. 21 x 24 cm; 171 pp., 132 z/w foto’s; begrippenlijst; twee kaarten; bibliografie; Leiden 2012
ISBN 978-90-5450-012-4

In 1949 trok de pas afgestudeerde arts Klokke naar Zuidoost-Borneo, uitgezonden door de Nederlands Hervormde Kerk. Als arts kwam hij te werken in het hospitaal in Kuala Kapuas gelegen bij de samenvloeiing van de Barito en Kapuas. De oorlog tussen Nederland en het voor vrijheid strijdende Indonesië was nog in volle gang. Vóór hij vertrok bezocht hij de toenmalige Leidse conservator Indonesië Dr J. Keuning om zich voor te bereiden op cultuur en religie van de lokale Dayak bevolking. De conservator gaf hem wijselijk advies om een goede camera aan te schaffen, omdat er van dat gebied weinig goede foto’s bestonden.
Tussen 1950 en 1952 trok Klokke erop uit om framboesia, pokken en andere virulente ziektes aan te pakken. Tochten stroomopwaarts in een gebied zo groot als Nederland met een inwonertal van ongeveer 60.000, mondden vaak uit in ware expedities. Het eerste deel werd per motorboot afgelegd en waar de diepte dit niet meer toeliet, werd per prauw gevaren, om vaak te eindigen in voettochten naar de afgelegen dorpen.
Dankzij het goede advies van Keuning hebben we nu een uniek fotodocument, waarin de materiële cultuur van de Ot Danum en Ngaju Dayak, die rond het midden van de vorige eeuw nog aanwezig was, is vastgelegd. Voornamelijk dié foto’s zijn geselecteerd, die per dorp een beeld geven van het erfgoed. Knekelhuisjes en palen, versierd met antropomorfe motieven, staan nog fier overeind als teken van een levendige cultuur. De arts-fotograaf krijgt als dank voor zijn hulp soms ‘voorwerpen van vroeger’ aangeboden, die hij in dankbaarheid aanneemt, want het zijn objecten uit een verdwijnende cultuur. Hij legt niet alleen vast met zijn camera, maar noteert en maakt studie van het materieel erfgoed. 55 Objecten komen uiteindelijk in het Museum Volkenkunde in Leiden terecht, geheel met documentatie. Vier van deze objecten staan achter in het boek afgebeeld met, helaas, een uiterst summiere tekst. Voor beschrijving van de kleinere objecten moeten we onze toevlucht nemen tot andere publicaties.
Dit fotoboek is een welkome aanvulling op de bestaande literatuur. In een inleidend artikel wordt ingegaan op de traditionele godsdienst Kaharingan, die in het huidige Indonesië niet meer als een primitieve godsdienst staat geboekstaafd, maar met het hindoeïsme geïntegreerd is, waardoor de grootste hindoeïstische gemeenschap buiten Bali in Kalimantan woont!

Je vraagt je onwillekeurig af welke beelden er tegenwoordig nog overeind staan, welke vergaan zijn, of welke mogelijk bij verzamelaars thuis staan.
AW

12-06-2012: Sotheby’s Parijs, resultaten.

Sotheby’s 12 juni 2012.

137 kavels bij in Parijs. Slechts 81 werden verkocht (59%), voor Sotheby’s een wel zeer laag cijfer. Wel voor een totale som van 8.441.275 euro, kosten inclusief. 16 kunstwerken gingen hoger dan 100.000 €, 3 boven de 500.000, en 1 zelfs boven het 1.000.000. Maar even opvallend: 56 stukken ingehouden, waaronder zelfs 4 met een schatting van hoger dan 100.000! Nu vond ik persoonlijk sommige schattingen er wel zwaar over: een bronzen Gan klokje voor 30-50.000, een paar bronzen armbanden voor 60-80.000 (!!), een Mossi popje voor 8-12.000 (je vindt ze overal voor 1-2.000 in de handel), een moeder en kind figuur oshe Shango van de Yoruba voor 200-300.000, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Het mag duidelijk zijn: het onderste en het bovenste segment van het aanbod verkocht vlot, maar de stukken tussen pakweg 15-80.000 konden de kopers maar matig verleiden.

Verschillende collecties werden aangeboden. We startten met die van Oliver en Pamela Cobb. Lot 9, een vrouwelijk beeld van de Tiv (foto 1), bracht 270.000 euro op. De Tiv hebben 2 soorten beelden, inhambe genaamd: paalbeelden en eerder naturalistische figuren, waartoe dit lot behoort. Ze zijn een ode aan de schoonheid van de vrouw en staan voor het huwelijk en de vruchtbaarheid, en bij afleiding voor een goede oogst. De huwelijken bij de Tiv waren dikwijls ‘gearrangeerd’, en om het voortbestaan van de clan te verzekeren werden ze soms afgesloten tussen verschillende leden van 2 families, zoals 2 broers met 2 zussen. Zeer typisch zijn de scarificaties aan de mondhoeken, en de tatoeages in de vorm van een vis aan weerszijden van de navel. Lot 13, een klassiek Fang beeld, gepubliceerd bij Perrois in Arts du Gabon, steeg tot 1.400.000. Lot 17, een antropomorfe beker van de Kuba/Lele (foto 2), geschat op 50-70.000 bleek niet minder dan 650.000 euro waard. Het gebruik van de bekers was het voorrecht van koningen en belangrijke chefs. Het gewone volk gebruikte gewone abstracte bekers. Lot 18, een voorouderfiguur van de Hemba, was goed voor 410.000.

Volgden een reeks kavels van ‘divers amateurs’. Lot 30, een masker van de Guéré, kon een koper verleiden tot een bod van 480.000. Het waren oorlogsmaskers in de prekoloniale tijd, gemaakt om schrik in te boezemen. Tijdens het koloniale bestuur werd hun gebruik veranderd naar dansmasker.

Daarna kwamen enkele stukken uit de verzameling van Jean-Baptiste Filloux, een Franse militair die kort na de eeuwwisseling in de streek van de Bété gedetacheerd was. Lot 40, een klassiek Bété masker ging weg voor 320.000. Dergelijke maskers zouden oudere hoogwaardigheidsbekleders voorstellen. Er werden offers aan gebracht bij sommige belangrijke gebeurtenissen zoals het overlijden van een voornaam iemand, en bij feesten die om de 7 en om de 21 jaar werden georganiseerd.

De collectie van Thomas Wheelock, een Amerikaanse verzamelaar, bestaat uitsluitend uit werken uit Burkina Faso, verzameld van af 1976. Voor lot 57, een vlindermasker van de Bwa (foto 3), werd 520.000 euro neergeteld. Deze maskers staan symbool voor nieuw leven, voor wedergeboorte. Zij zijn ook gerelateerd aan de mythes over de oorsprong van de clan, hetgeen in hun dansen wordt uitgebeeld.

Lot 69, een Igala masker (foto 4) afkomstig uit de Ben Heller collectie, bracht 360.000 euro op. Het masker zou verwijzen naar een belangrijke krijger, of naar een onthoofde krijgsgevangene. Voor de laatste hypothese pleiten de aanwezigheid van kaolin rond de ogen, hetgeen verwijst naar de mogelijkheid om in het hiernamaals te kijken, en de ‘blinde’ ogen zonder pupil.

Tenslotte kregen we nog de verzamelingen van Abla Volte en Alain Lecomte, van Charles Smets, en die van Christopher en Anna Thorpe met stukken uit Oceanië. Al bij al een interessante veiling als afsluiter van het lenteseizoen. Op naar de vakantie!

Martin Lagrain

Alle resultaten

11-06-2012: Christie’s Parijs, resultaten

Christie’s Parijs 11 juni 2012.

Christie’s pakt uit met de verzameling van een Parijse wetenschapper die al meer dan 50 jaar in een kelder werd bewaard. Daarbij 6 toppers: 4 Kota relieken, 1 Fang mvai beeld en 1 Punu masker. De meeste werden aangekocht tussen 1925 en 1950 op advies van Charles Ratton. Daarnaast ook nog 4 stukken uit de verzameling van Russell Aitkins, waaronder een bekende Yoruba ruiterfiguur, en stukken uit de collecties van Edith Hafter, Emil Maetzel, L.C. Appels en Alphonse Long. 77 van de 124 kavels gingen de deur uit (62%) voor een totaal bedrag van 2.969.375 euro.

Lot 9 : een reliekfiguur Fang mvai: over dit type hebben we het reeds bij herhaling gehad. Het uitzonderlijke van dit stuk is dat het nog niet bekend was, nog nooit is tentoongesteld, en eigenlijk meer dan 50 jaar van de markt was verdwenen. De schatting van 400.000-600.000 bleek evenwel te hoog gegrepen. Het stuk werd ingehouden.

Lot 11: een reliekfiguur van de Kota-Shamaye (foto 1). Deze figuren zijn gekenmerkt door hun uitgerekt smal gezicht. Ze werden boho-na-bwete genoemd, het gelaat van bwete, de geest van de voorouder. Er is weinig over deze subgroep bekend, omdat hun woongebied vrij ontoegankelijk was en nauwelijks bezocht werd door Europeanen. Ze zijn zeer nauw verwant met de Kota-Shaké die langs de Ivindo rivier woonden. Bij een schatting van 150-200.000 bleef de prijs precies in het midden met 175.000.

Lot 53: een Yoruba ruiter (foto 2), in 5 exposities tentoongesteld (o.a. in het Moma) en 13x gepubliceerd. De ruiterfiguren verwijzen naar beroemde jagers-krijgers en naar chefs die het tot koning hebben gebracht. Ze staan dikwijls op de altaren van belangrijke Yoruba goden zoals Erinle, de stichter van de stad Ilobu, Ogun, de god van het ijzer en de oorlog, en Shango, de god van het vuur ‘die op de bliksem rijdt zoals op een paard’. Het geschoren voorhoofd en de haarvlecht van de ruiter wijzen op zijn status van hooggeplaatste militaire bevelhebber. In de 17-de eeuw waren de militairen zeer belangrijk voor de verdediging van de handelsroute naar de kust. Schatting 250-350.000, resultaat 410.000.

Lot 79, een nagelfetish uit Kongo (foto 3). Dit beeld droeg vroeger een speer in de rechter hand om de kwade krachten op afstand te houden. De nagels werden in het beeld geslagen volgens de wensen van de vragende partij. Meestal wilde die iets bekomen: een genezing, de bezegeling van een contract of de correcte uitvoering ervan… Bij een schatting van 100-150.000 bracht het 310.000 op.

Bij het laatste deel, de collectie van Alphonse Long, verzameld tussen 1882 en 1891 zaten enkele echte verrassingen. Lot 120, een trom uit de Markiezeneilanden (foto 4), geschat op 3-5000, schoot omhoog tot 170.000! En het laatste lot van de dag, een genealogisch instrument uit dezelfde regio, moest bij een schatting van 1-2000 zo maar eventjes 60.000 euro kosten!

Martin Lagrain

Alle resultaten

Cadier en Keer: Afrikacentrum

Gepubliceerd op 5 juni 2012:

Het Afrikacentrum moet per 1 januari 2013 weg uit het Missiehuis in Cadier en Keer. Daar is het museum al 65 jaar gevestigd. Het Missiehuis wordt door de paters van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën verkocht aan een projectontwikkelaar, die het ombouwt tot zorgappartementen.

02-06-2012: Verslag van de veiling bij Zemanek

Zemanekveiling 2 juni 2012.

476 kavels werden aangeboden in Münster. Hierbij waren er ongeveer 180 afkomstig uit de collecties van Paul Miszner, Sepp Arneman, Richard Rüegg, en een ‘Europese privécollectie’. De rest was losse inbreng. Bij Zemanek werd de jongste veilingen resoluut gekozen voor het aanbieden van collecties. Het grote voordeel hiervan is dat er stukken op de markt komen die soms al tientallen jaren niet meer zijn te zien geweest. Nieuwe aanvoer dus, wat zeer zeker aantrekkelijk is in een marktsegment waar, door de aard van de koopwaar, geen nieuwe stukken meer gecreëerd worden. Nieuwe antiek bestaat immers niet, is per definitie vals. Hierdoor zien we dezelfde stukken alsmaar opnieuw op andere plaatsen opduiken, in galeries of in veilingen. Zo ontstaat er een circuit van als maar weer dezelfde kunstwerken aan meestal steeds hoger prijzen. Vandaar de interesse voor werk dat al langere tijd niet meer in circulatie is geweest. We zien dan ook dat dit soort aanbod in de regel beter verkoopt dan de losse inbreng. foto 2Bij Zemanek lag de verkoop vroegere jaren rond de 25%. Bij de vorige veiling was dat bijna de helft. En ook nu zien we dat de collecties goed, en de losse stukken eerder zwak verkopen. Het totale plaatje is hierdoor minder dan de vorige veiling, maar wel nog zeer behoorlijk. 159 van de 476 stukken werden verkocht, d.i.31%, voor een totaal bedrag van 353.280 euro voor kosten. 7 loten haalden 10.000 euro of meer: lot 23, een haak uit Papoea met 20.000, lot 30, een spleettrom uit Papoea voor 10.000, lot 199, een Luba karyatidestoel voor 10.000, lot 304, een weefspoeltje van de Senoufo voor 10.000, en lot 376, een maker van de Vuvi uit Gabon, voor 13.000. De 2 toppers waren lot 157, een Malangan masker (foto 1), dat 36.000 euro opbracht, en lot 198, een Kota reliekfiguur (foto 2) die op 32.000 werd afgehamerd. De naverkoop is intussen gestart, en loopt nog tot eind juni.

Martin Lagrain

volledige catalogus